Eiser was werkzaam als medewerker bij een overheidsinstantie en werd geschorst en uiteindelijk onvoorwaardelijk ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder ongeoorloofde afwezigheid van circa 495,75 uur en onjuiste registratie van gewerkte uren in het SAP-systeem.
Verweerder voerde een zorgvuldig onderzoek uit waarbij diverse objectieve gegevens werden vergeleken, zoals Rijkspasregistraties, inloggegevens en e-mailcorrespondentie. Eiser betwistte de betrouwbaarheid van deze gegevens en stelde dat het onderzoek onvolledig was, maar de rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en voldoende bewijs leverde dat eiser zich schuldig had gemaakt aan de verweten gedragingen.
De rechtbank stelde vast dat de gedragingen aan eiser konden worden toegerekend en als plichtsverzuim kwalificeerden. De opgelegde straf van onvoorwaardelijk ontslag werd als evenredig beoordeeld, mede gelet op de hoge integriteitseisen binnen de organisatie en de herhaalde waarschuwingen aan eiser over een langere periode.
Daarnaast werd de korting op de bezoldiging wegens schorsing eveneens als rechtmatig beoordeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser werd niet in het gelijk gesteld.