ECLI:NL:CRVB:2013:1663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- J.Th. Wolleswinkel
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim en belangenverstrengeling bij ambtenaar
Appellant was sinds 1982 werkzaam bij de gemeente Zaandam en bekleedde diverse functies binnen handhaving en evenementenorganisatie. Het college legde hem meerdere disciplinaire straffen op, waaronder onvoorwaardelijk ontslag, vanwege plichtsverzuim en belangenverstrengeling. Dit betrof onder meer het niet opvolgen van parkeerinstructies, het verzoeken om bekeuringen uit het systeem te verwijderen, en het financieel bevoordelen van een privé-initiatief waarbij zijn echtgenote betrokken was.
Het Bureau Integriteit voerde een uitgebreid onderzoek uit, waaruit bleek dat appellant de gemeente financieel heeft benadeeld en onvoldoende scheiding hield tussen zijn publieke functie en privébelangen. Ondanks waarschuwingen in 2000 en 2003 bleef appellant betrokken bij activiteiten die belangenverstrengeling veroorzaakten. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, met uitzondering van een aanpassing in de ingangsdatum van een salarisvermindering.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd en dat het college hem onvoldoende had aangestuurd. De Raad oordeelde echter dat het plichtsverzuim voldoende was aangetoond en dat appellant zijn eigen verantwoordelijkheid had om onduidelijkheden te bespreken met leidinggevenden. De opgelegde straf van ontslag werd niet als onevenredig beschouwd, mede gezien de ernst, duur van de gedragingen en eerdere waarschuwingen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag van appellant wegens plichtsverzuim en belangenverstrengeling.