Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2021 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats 1], eiser
Inleiding en procesverloop
20 mei 2020 [1] daartoe, uit zijn woning aan de [adres] te [woonplaats 2] gezet.
Overwegingen
20 mei 2020 en aanzegging van de gerechtsdeurwaarder van 5 juni 2020 al ruim van tevoren dat de ontruiming op 18 juni 2020 gepland stond. Dat nog een executiegeschil heeft plaatsgevonden, maakt dat niet anders.
18 juni 2020 beëindigd kan worden. Omdat de duur van het nader onderzoek en de uitkomst daarvan ongewis is, ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen. Verweerder zal daarom op het bezwaar van eiser ten aanzien van de beëindiging een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.
€ 534,- en een wegingsfactor 1).