ECLI:NL:RBMNE:2021:1632
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken rechtmatig verblijf en afgeleid verblijfsrecht
Eiser heeft een aanvraag om bijstand op grond van de Participatiewet ingediend, welke door het college van burgemeester en wethouders van Almere is afgewezen omdat eiser niet tot de kring van rechthebbenden behoort. De afwijzing is gebaseerd op het ontbreken van de Nederlandse nationaliteit en het ontbreken van een verblijfsdocument dat gelijkstelling met een Nederlander mogelijk maakt. Eiser voerde aan rechtmatig verblijf te hebben op grond van artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet en stelde dat hij afgeleid verblijfsrecht heeft op grond van het arrest Chavez-Vilchez.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser geen verblijfsvergunning bezit en dat de bezwaarprocedure tegen de afwijzing van de IND geen rechtmatig verblijf oplevert. Ook de verblijfscode 30, besluiten van de afdelingen Wmo en BRP en eerdere uitspraken bieden geen grond voor rechtmatig verblijf in de relevante periode. Verweerder heeft een zelfstandig onderzoek gedaan en geen aanwijzingen gevonden voor een afgeleid verblijfsrecht, mede gelet op de relatie met de minderjarige kinderen.
De rechtbank concludeert dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij tot de kring van rechthebbenden behoort en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat voor het recht op bijstand een zorgvuldige beoordeling van het verblijfsrecht vereist is en dat een lopende bezwaarprocedure tegen de IND-besluiten dit niet automatisch oplevert.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van rechtmatig verblijf en afgeleid verblijfsrecht.