ECLI:NL:RBMNE:2021:1679
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing inschrijving in Basisregistratie Personen wegens onvoldoende bewijs woonadres
Eiser verzocht om inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) op een bepaald adres, maar verweerder weigerde dit omdat eiser niet feitelijk op dat adres woonde. Eiser was ambtshalve uitgeschreven en diende een nieuwe aanvraag in, die werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde de aanvraagperiode van 9 juli tot 1 oktober 2019.
Verweerder baseerde de afwijzing op huisbezoeken waarbij eiser niet werd aangetroffen en op verklaringen van bewoners die stelden dat eiser slechts incidenteel verbleef. Eiser voerde aan dat zijn aanvraag onterecht en onzorgvuldig was afgewezen en dat er sprake was van een bevoegdheidsgebrek, maar de rechtbank oordeelde dat het bezwaar zorgvuldig was behandeld en het bevoegdheidsgebrek was hersteld.
De rechtbank stelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd dat hij daadwerkelijk op het adres woonde gedurende de betwiste periode. De verklaring van de hoofdbewoonster en het vertrek van de familie van het adres na 6 augustus 2019 waren niet doorslaggevend. De inschrijving per 1 oktober 2019 volgde uit een nieuwe aanvraag en nieuw onderzoek. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de inschrijving in de BRP is ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij op het adres woonde.