ECLI:NL:RBMNE:2021:1713
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks beperkingen
Eiseres was tot mei 2018 in dienst en ziekgemeld. Na een Ziektewetuitkering vroeg zij een WIA-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen omdat zij niet voldoende arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank beoordeelde het bezwaar en het beroep tegen deze afwijzing.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen was zorgvuldig, met dossierstudie en rapportages die geen tegenstrijdigheden bevatten. De beperkingen van eiseres zijn vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Eiseres voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zij een chronische PTSS had, maar kon dit niet met medische stukken onderbouwen.
De arbeidsdeskundige vond voldoende functies die eiseres ondanks haar beperkingen kan uitvoeren, met een resterende verdiencapaciteit van 28,31%. Het gebruikte beoordelingssysteem (CBBS) is volgens vaste rechtspraak aanvaardbaar. De rechtbank concludeerde dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat de afwijzing van de WIA-uitkering terecht is. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.