ECLI:NL:RBMNE:2021:1763
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen uitschrijving uit BRP als vertrokken onbekend waarheen
Eiser was ingeschreven met een briefadres dat op 30 juli 2018 was verlopen. Verweerder heeft daarop een adresonderzoek ingesteld en eiser ambtshalve uitgeschreven uit de basisregistratie personen (BRP) als vertrokken onbekend waarheen. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door verweerder ongegrond werd verklaard. Eiser stelde dat hij wel bereikbaar was en dat het onderzoek niet zorgvuldig was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het bezwaar terecht ontvankelijk heeft verklaard, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat het primaire besluit correct was verzonden. De rechtbank overwoog dat iemand in de zin van de Wet BRP onbereikbaar is als hij niet persoonlijk kan worden bereikt op het geregistreerde adres, ook al is hij telefonisch of per e-mail bereikbaar.
Verweerder had een gedegen onderzoek verricht, waaronder huisbezoek en gesprekken met eiser en zijn moeder, en had vastgesteld dat de opgegeven adressen onjuist waren. De rechtbank vond dat verweerder terecht had geconcludeerd dat aan de voorwaarden voor uitschrijving was voldaan. Ook het argument van eiser dat ambtshalve een briefadres had moeten worden opgenomen, werd verworpen omdat er wel degelijk aangiftes van briefadres waren gedaan.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de uitschrijving uit de BRP als vertrokken onbekend waarheen wordt ongegrond verklaard.