ECLI:NL:RBMNE:2021:178
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van leningen voorafgaand aan aanvraag
Eiseres ontving tot oktober 2019 bijstand als alleenstaande. Na samenwonen met haar partner werd de bijstand ingetrokken en een gezamenlijke aanvraag afgewezen. Nadat haar partner vertrok, vroeg eiseres opnieuw bijstand aan voor zichzelf, welke werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze afwijzing.
Eiseres stelde dat zij geld had geleend van haar partner en schoonzus om in haar levensonderhoud te voorzien, met terugbetalingsafspraken. Zij leverde verklaringen en een overeenkomst over leningen in, maar deze waren ongedateerd of achteraf opgesteld. De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk leningen had afgesloten vóór de aanvraag en dat het geld bestemd was voor levensonderhoud.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag had afgewezen omdat de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag onvoldoende duidelijk was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van leningen voorafgaand aan de aanvraag.