ECLI:NL:CRVB:2019:1085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Recht op bijstand vastgesteld na afwijzing aanvragen Participatiewet
Appellanten dienden meerdere aanvragen om bijstand in op grond van de Participatiewet, welke door het dagelijks bestuur werden afgewezen vanwege onvoldoende inzicht in hun financiële situatie. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten aanvankelijk ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep heropent het onderzoek en beoordeelt de situatie opnieuw.
De Raad concludeert dat appellanten voldoende duidelijkheid hebben verschaft over hun inkomenssituatie, inclusief leningen van familie en vrienden, en dat zij in de te beoordelen periode in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerden. De Raad oordeelt dat het dagelijks bestuur ten onrechte de aanvragen heeft afgewezen en dat het recht op bijstand kan worden vastgesteld vanaf 13 september 2016.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de eerdere besluiten van het dagelijks bestuur, en bepaalt dat appellanten bijstand wordt toegekend onder aftrek van contant ontvangen leningen die niet op bankafschriften zijn terug te vinden. Tevens wordt het dagelijks bestuur veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de na te betalen bijstand en vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Appellanten hebben recht op bijstand vanaf 13 september 2016; besluiten van het dagelijks bestuur worden vernietigd.