ECLI:NL:RBMNE:2021:1854

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 maart 2021
Publicatiedatum
6 mei 2021
Zaaknummer
UTR 20/3675
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:24 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging namens belanghebbende

Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een beroep dat door eiseres namens een ander is ingesteld zonder dat een machtiging is overgelegd. De rechtbank heeft eiseres meerdere malen verzocht om binnen een gestelde termijn een machtiging te overleggen, conform artikel 8:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Na het uitblijven van een reactie en het niet nakomen van dit verzoek, heeft de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat het niet voldeed aan de wettelijke vereisten. De procedurele regels schrijven voor dat een gemachtigde een machtiging moet kunnen overleggen indien de rechtbank hierom vraagt. Het ontbreken daarvan leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep, zoals bevestigd door een eerdere uitspraak van de meervoudige kamer.

Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. De beslissing is genomen door rechter R.C. Stijnen en griffier K.F.K. Hoogbruin en is op 11 maart 2021 uitgesproken. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging namens de belanghebbende.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20 / 3675

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2021 in de zaak tussen

[eiser(es) 1] , veronderstellenderwijs handelend namens [eiser(es) 2], te [plaats] , eiser(es),
en

[verweerder] , verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser(es) heeft ingediend op 12 oktober 2020 tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 28 augustus 2020.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Het beroep is door [eiser(es) 1] ( [eiser(es) 1] ) veronderstellenderwijs ingesteld namens
[eiser(es) 2] ( [eiser(es) 2] ). Iemand die namens een ander in beroep gaat moet, als de rechtbank daar om vraagt, een machtiging indienen waar in staat dat hij dat namens die ander mag doen. Dit staat in artikel 8:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het beroep kan niet-ontvankelijk verklaard worden als het beroep niet voldoet aan de wettelijke vereisten (artikel 6:6 van Pro de Awb). Voordat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard moet de indiener van het beroep wel in de gelegenheid zijn gesteld om het verzuim te herstellen.
3. De rechtbank heeft [eiser(es) 1] bij brief van 21 oktober 2020 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk binnen vier weken een machtiging in te dienen waaruit blijkt dat zij gemachtigd is om namens [eiser(es) 2] beroep in te stellen en in beroep op te treden. Er is niet gereageerd op deze brief. De rechtbank heeft vervolgens op 24 november 2020 een aangetekende brief verzonden met hetzelfde verzoek. In deze laatste brief staat dat als [eiser(es) 1] niet (tijdig) aan dit verzoek voldoet, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.
4. [eiser(es) 1] heeft niet gereageerd op deze brief. [eiser(es) 1] heeft geen reden gegeven waarom zij die niet heeft opgestuurd. Zoals de meervoudige kamer van deze rechtbank op 25 juni 2020 heeft beslist, is dit voortaan een reden om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren [1] .
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 11 maart 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.