ECLI:NL:RBMNE:2021:1862
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en WIA-uitkering na herbeoordeling
Eiser, werkzaam als speeltuinmedewerker, meldde zich in 2009 ziek en ontvangt sinds 2011 een WIA-uitkering. Na een melding van gewijzigde gezondheid per 31 december 2018 vond een herbeoordeling plaats waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 55,43%. Verweerder baseerde dit op medische en arbeidskundige rapportages.
Eiser stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat er geen aanvullende informatie bij behandelaars was opgevraagd en dat zijn beperkingen door de ziekte van Lyme groter waren dan erkend. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts voldoende dossieronderzoek had gedaan, inclusief overleg met huisarts en neuroloog, en dat er geen aanwijzingen waren voor een onzorgvuldige beoordeling. De klachten van eiser, hoewel begrijpelijk, waren onvoldoende onderbouwd met medische rapporten.
Verder stelde eiser dat er sprake had moeten zijn van een situatie van geen benutbare mogelijkheden (GBM), wat de rechtbank ontkende op basis van het Schattingsbesluit en medische bevindingen. Ook het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen omdat er geen twijfel bestond over de medische beoordeling.
Ten aanzien van het arbeidskundig onderzoek oordeelde de rechtbank dat dit terecht was uitgevoerd en dat de geduide functies passend waren zonder dat onredelijke maatregelen van werkgevers verlangd werden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de WIA-uitkering gebaseerd op 55,43% arbeidsongeschiktheid bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van 55,43% arbeidsongeschiktheid blijft gehandhaafd.