ECLI:NL:RBMNE:2021:1887
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugbetalingsbesluit dwangsom gemeente Utrecht
Eiser vroeg terugbetaling van een door hem betaalde dwangsom van €12.500,- aan de gemeente Utrecht. De gemeente had een deel van deze dwangsom terugbetaald, maar het bezwaar van eiser tegen het resterende bedrag werd ongegrond verklaard. De rechtbank behandelde het beroep waarbij eiser stelde dat hij de volledige dwangsom onverschuldigd had betaald, omdat de last onder dwangsom was herroepen.
De rechtbank oordeelde dat op grond van eerdere uitspraken van de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State formele rechtskracht was ontstaan. Hierdoor bleef een last onder dwangsom bestaan, waarvan de hoogte met terugwerkende kracht was vastgesteld op €5.000,-. De betaling van €12.500,- werd daarom terecht aangemerkt als betaling voor dezelfde last onder dwangsom.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat de bevoegdheid tot invordering was verjaard en dat de betaling niet achteraf kon worden aangepast. De formele rechtskracht en de rechtmatigheid van de besluiten stonden centraal in de beoordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugbetalingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.