ECLI:NL:RVS:2021:169
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- F.D. van Heijningen
- R.W.L. Koopmans
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over last onder dwangsom wegens gebreken aan pand in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde aan [appellant], eigenaar van een pand met kamergewijze verhuur, een last onder dwangsom op vanwege diverse gebreken aan het pand die niet voldeden aan het Bouwbesluit 2012, met name op het gebied van brandveiligheid. De gebreken betroffen onder meer brandwerende deuren, brandslanghaspels, rookmelders, een belemmerde vluchtroute en het onderhoud van de cv-installatie.
De rechtbank vernietigde deels het besluit van het college en herzag de hoogte van de dwangsom. Het college handhaafde het besluit deels en stelde de dwangsom vast op € 5.000,00. [Appellant] ging in hoger beroep tegen deze besluiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college terecht handhavend optrad voor de gebreken aan de brandslanghaspels, rookmelders en de belemmerde vluchtroute, maar dat het college ten onrechte ook het niet aantoonbaar onderhouden van de cv-installatie als overtreding aanvoerde. De Afdeling vernietigt daarom het besluit voor zover het betrekking heeft op de cv-installatie en herroept het besluit van 4 mei 2017 in die zin.
Verder wordt het beroep tegen het besluit van 28 augustus 2019 gegrond verklaard en vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit blijven in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan [appellant].
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit over de cv-installatie vernietigd en de dwangsom gehandhaafd voor overige gebreken.