ECLI:NL:RBMNE:2021:1917
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen woningsluiting na drugsvondst wegens twijfel aan noodzaak en evenredigheid
Verzoeker woont met zijn gezin sinds 13 jaar in een woning die op 15 februari 2021 door de politie werd doorzocht, waarbij handelshoeveelheden cocaïne, methylfenidaat, MDMA, contant geld en verpakkingsmateriaal werden aangetroffen. De burgemeester besloot de woning op 6 april 2021 voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b Opiumwet. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de hoeveelheid drugs wijst op drugshandel vanuit de woning, maar dat aanwijzingen voor overlast en een 'loop' naar het pand minder concreet zijn. De burgemeester handelde pas ruim een maand na de doorzoeking en stelde de sluiting uit, wat de noodzaak van sluiting betwistbaar maakt. Ook is de hoofdverdachte in voorarrest, wat het herstel van de openbare orde ondersteunt.
De voorzieningenrechter stelt dat verzoeker als bewoner toezichtplicht had en niet geloofwaardig is dat hij niets van de drugshandel wist. De gevolgen van sluiting zijn groot, vooral gezien de zorgbehoefte van een gezinslid en de financiële situatie. De burgemeester heeft onvoldoende zorg gedragen voor passende vervangende woonruimte.
Gelet op deze omstandigheden en de lopende bezwaarprocedure, waarbij mogelijk een andere toetsing van evenredigheid kan volgen, wordt het belang van verzoeker zwaarder geacht dan dat van de burgemeester. Daarom wordt het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. De burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot woningsluiting wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar wegens twijfel aan noodzaak en evenredigheid.