ECLI:NL:RBMNE:2021:197
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering WIA-uitkering wegens overschrijding restverdiencapaciteit bevestigd
Eiser ontving vanaf 18 november 2012 een WIA-uitkering op basis van vrijwillige verzekering. Het UWV stelde vast dat eiser in de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2019 inkomsten had die hoger waren dan zijn vastgestelde restverdiencapaciteit van €606,94 per maand. Daarom vorderde het UWV een bedrag van €23.836,98 bruto terug wegens onverschuldigde uitkering.
Eiser voerde aan dat de restverdiencapaciteit jaarlijks geïndexeerd had moeten worden en dat het UWV de polisgegevens regelmatig had moeten controleren. De rechtbank oordeelde dat er geen wettelijke basis is voor indexering en dat eiser een inlichtingenplicht heeft om wijzigingen in inkomsten door te geven. Tevens stelde de rechtbank vast dat het UWV terecht is uitgegaan van de polisadministratie.
Eiser stelde dat terugvordering ernstige financiële gevolgen voor hem heeft en verzocht om afzien van terugvordering. De rechtbank volgde dit niet omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat er sprake is van onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen. Eiser had bovendien een betalingsregeling getroffen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van €23.836,98 bruto door het UWV.