Uitspraak
18 4560 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
artikel 54, derde lid, eerste volzin, van de PW over de periode van 1 april 2015 tot en met 31 maart 2016 herzien en met toepassing van artikel 58, eerste lid, van de PW de over die periode gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van € 4.115,21 bruto van appellant teruggevorderd. Aan de besluitvorming heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden door geen melding te maken van de stortingen en bijschrijvingen op zijn bankrekening. Het college heeft de stortingen en de bijschrijvingen als inkomen van appellant aangemerkt die op de bijstand in mindering moeten worden gebracht. Als gevolg van de schending van de inlichtingenverplichting is tot een te hoog bedrag bijstand verleend.