ECLI:NL:RBMNE:2021:198
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van termijn voor opstarten eigen bedrijf met behoud van bijstand
Eiser ontvangt sinds 2014 een bijstandsuitkering en kreeg in 2017 mondeling toestemming om een eigen bedrijf te starten met behoud van bijstand, waarbij verwacht werd dat hij binnen zes maanden voldoende zou verdienen. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures stelde verweerder uiteindelijk een uiterste termijn van 1 augustus 2019 vast om het bedrijf levensvatbaar te maken.
Eiser betwist dat in het bestreden besluit rekening is gehouden met zijn medische beperkingen en andere individuele omstandigheden, zoals het ontbreken van contact tussen partijen en het feit dat hij cliënten om niet heeft overgedragen. Verweerder stelt dat eiser onvoldoende succes heeft behaald en zijn sollicitatieplicht niet nakomt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder een kenbare belangenafweging heeft gemaakt en voldoende maatwerk heeft geleverd, waarbij ook de bijzondere positie van eiser en zijn beperkte belastbaarheid zijn meegewogen. De termijn van 1 augustus 2019 is redelijk en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot beëindiging van de termijn voor het opstarten van zijn eigen bedrijf met behoud van bijstand wordt ongegrond verklaard.