ECLI:NL:RBMNE:2021:200
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige afwijzing IOAW-aanvraag met fiscale gevolgen
Verzoeker diende op 17 februari 2017 een aanvraag in voor een IOAW-uitkering, die op 3 maart 2017 werd afgewezen. Na een juridische procedure kende verweerder alsnog met ingang van 1 december 2016 de uitkering toe, waarna verzoeker een nabetaling ontving die leidde tot fiscale schade door terugbetaling van zorgtoeslag en inkomstenbelasting.
Verzoeker vroeg vervolgens vergoeding van deze fiscale schade, maar verweerder wees dit af met het argument dat er een voorliggende voorziening was en dat verzoeker onvoldoende had aangetoond dat de schade verband hield met het onrechtmatige besluit. Verzoeker stelde dat zijn verzoek om middeling bij de Belastingdienst was afgewezen en dat hij alles had gedaan om zijn schade te beperken.
De rechtbank oordeelde dat de fiscale schade van €1.992,- direct voortvloeit uit het onrechtmatige besluit en dat verzoeker voldoende had aangetoond dat hij alles had geprobeerd om de schade te beperken. Daarom wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding toe en veroordeelde verweerder tot betaling van dit bedrag plus proceskosten van €1.068,-.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding van €1.992,- wegens onrechtmatige afwijzing IOAW-aanvraag wordt toegewezen.