ECLI:NL:RBMNE:2021:209
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde landhuis en bevestiging vastgestelde waarde
Eiser is eigenaar van een landhuis dat voor het belastingjaar 2019 een WOZ-waarde van €2.916.000 kreeg toegekend door de heffingsambtenaar van de gemeente. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €2.700.000 voor. De heffingsambtenaar onderbouwt de vaststelling met een taxatierapport waarin vergelijkingsobjecten met specifieke overeenkomsten worden gebruikt.
De rechtbank weegt het belang van eiser om persoonlijk aanwezig te zijn tegen het belang van een doelmatige procesgang en wijst het verzoek om uitstel af nadat eiser niet op de zitting verschijnt. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het taxatierapport en de toelichting tonen aan dat er zorgvuldig rekening is gehouden met verschillen tussen de woning en vergelijkingsobjecten.
Eisers argumenten over onjuiste foto’s, onjuiste gegevens over bijgebouwen en eerdere afspraken over WOZ-waarden worden verworpen. De rechtbank benadrukt dat de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw moet worden vastgesteld op basis van actuele marktgegevens. De taxateur licht toe waarom de gekozen vergelijkingsobjecten passend zijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €2.916.000 bevestigd.