ECLI:NL:RBMNE:2021:2203
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling correcte berekening dagloon WAO-uitkering en loondervingsuitkering
Eiseres betwistte de berekening van haar dagloon waarop haar WAO-uitkering is gebaseerd, met name de ingangsdatum van de referteperiode en de opname van dienstverbanden bij diverse werkgevers. De rechtbank overwoog dat de referteperiode van 15 februari 1995 tot 15 februari 1996 juist is vastgesteld en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake was van dienstverbanden bij de genoemde werkgevers binnen deze periode.
Verder wees de rechtbank het beroep af dat de referteperiode op een 40-urige werkweek gebaseerd moest zijn en dat het urenverlies anders moest worden vastgesteld, omdat het WAO-dagloon en het maatmanloon voor de WW-uitkering verschillende wettelijke kaders en referteperioden kennen. Ook werd geoordeeld dat de niet-betwiste ziektedagen correct in de berekening zijn meegenomen en dat de loondagen juist op 261 zijn gesteld.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat eiseres geen gemotiveerd beroep op inzage in documenten heeft gedaan en dat het dossier volledig was. De rechtbank concludeerde dat het UWV het dagloon correct heeft berekend en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de berekening van het dagloon voor de WAO-uitkering is ongegrond verklaard.