ECLI:NL:RBMNE:2021:2204
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen terugvordering studiefinanciering wegens overschrijding bijverdiengrens
Eiseres ontving in 2015 studiefinanciering ter hoogte van € 5.156,20. Verweerder stelde vast dat eiseres het bijverdienplafond van € 13.865,11 had overschreden met een toetsingsinkomen van € 27.489,-, vastgesteld door de Belastingdienst. Op grond hiervan werd de studiefinanciering geheel teruggevorderd.
Eiseres betwistte de terugvordering en voerde aan dat de nalatenschap die zij ontving niet als bijverdienste mocht worden meegeteld. Tevens stelde zij dat het onrechtvaardig was dat een nalatenschap werd meegerekend, terwijl een eenmalige netto lijfrente dat niet werd. Tijdens de zitting trok zij haar beroep op het vertrouwensbeginsel in.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het door de Belastingdienst vastgestelde toetsingsinkomen en dat de Wet studiefinanciering 2000 geen uitzonderingen maakt voor nalatenschappen. Ook de hardheidsclausule bood geen grond om van de terugvordering af te zien. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van studiefinanciering wegens overschrijding van de bijverdiengrens wordt ongegrond verklaard.