ECLI:NL:RBMNE:2021:2266
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag kinderopvangtoeslag na verstrijken wettelijke termijn van drie maanden
Eiseres heeft op 11 juli 2019 ontdekt dat zij geen kinderopvangtoeslag ontving vanaf januari 2017, terwijl zij hier recht op meende te hebben. Zij diende daarop een aanvraag in, die werd toegekend vanaf 1 april 2019, maar niet voor de periode daarvoor vanwege het verstrijken van de wettelijke termijn van drie maanden.
De rechtbank stelt vast dat eiseres de aanvraag niet binnen de termijn heeft ingediend en dat de wetgever geen ruimte laat om hiervan af te wijken, ook niet in geval van bijzondere omstandigheden of het ontbreken van fraude. De termijn is een dwingend recht en een belangenafweging is niet toegestaan.
Eiseres betoogde dat de termijn onredelijk is en dat zij geen fraudeur is, maar de rechtbank oordeelt dat zij de innerlijke waarde van de wet niet mag toetsen en dat het beroep daarom ongegrond is verklaard. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de aanvraag kinderopvangtoeslag niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden is ingediend.