ECLI:NL:RBMNE:2021:2338

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 april 2021
Publicatiedatum
2 juni 2021
Zaaknummer
UTR 20/3353
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan procesbelang bij afwijzing Ziektewet-uitkering no-riskpolis

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin haar aanvraag voor een Ziektewet-uitkering op basis van een no-riskpolis werd afgewezen. Dit primaire besluit werd gevolgd door een ongegrondverklaring van het bezwaar door verweerder. De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het niet voldoet aan de wettelijke eisen om inhoudelijk te worden behandeld.

De kern van het geschil betreft de vraag of eiseres procesbelang heeft bij haar beroep. De rechtbank stelt vast dat de werknemer die ziek is gemeld op 30 augustus 2019 op die datum nog niet in dienst was bij eiseres, maar bij een andere werkgever. De werknemer trad pas op 23 december 2019 in dienst bij eiseres.

Op grond van vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep is procesbelang vereist om een beroep ontvankelijk te verklaren. Omdat eiseres geen financieel of feitelijk belang kan behalen bij toekenning van de Ziektewet-uitkering op basis van de no-riskpolis, wordt het beroep als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank behandelt het beroep niet inhoudelijk en wijst een vergoeding van proceskosten af.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20 / 3353

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 april 2021 in de zaak tussen

[bedrijf 1] B.V., te [vestigingsplaats], eiseres,

(gemachtigde: mr. L.K. Wouterse),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een Ziektewet-uitkering op basis van een no-riskpolis afgewezen. Eiseres is tegen dit besluit in bezwaar gegaan.
Bij besluit van 11 augustus 2020 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres van 20 september 2020 tegen de uitspraak
van verweerder van 11 augustus 2020.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Op 7 mei 2020 heeft verweerder van eiseres een ziekmelding ontvangen per
30 augustus 2019. De rechtbank stelt vast dat werknemer per datum ziekmelding in dienst was bij [bedrijf 2] B.V.. Werknemer is pas sinds 23 december 2019 bij eiseres in dienst.
3. De rechtbank ziet zich ambtshalve gesteld voor de vraag of eiseres voldoende procesbelang heeft bij een beoordeling van haar beroep. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (bijvoorbeeld de uitspraak van 23 juli 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1119) is eerst sprake van procesbelang als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift met het maken van beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor de indiener feitelijke betekenis kan hebben. Het hebben van een slechts formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang.
4. De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen belang heeft bij de toekenning van de Ziektewet-uitkering aan werknemer op basis van een no-riskpolis omdat werknemer op de eerste ziektedag niet in dienst was bij eiseres. Hierdoor kan eiseres in dit beroep niet het resultaat bereiken dat zij voor ogen heeft. De weigering om de no-riskpolis op werknemer van toepassing te verklaren heeft geen rechtstreekse financiële gevolgen voor eiseres, zodat de beoordeling van dit beroep ook geen feitelijke betekenis kan hebben. Hieruit blijkt dat eiseres geen procesbelang heeft.
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 19 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.