Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin haar aanvraag voor een Ziektewet-uitkering op basis van een no-riskpolis werd afgewezen. Dit primaire besluit werd gevolgd door een ongegrondverklaring van het bezwaar door verweerder. De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het niet voldoet aan de wettelijke eisen om inhoudelijk te worden behandeld.
De kern van het geschil betreft de vraag of eiseres procesbelang heeft bij haar beroep. De rechtbank stelt vast dat de werknemer die ziek is gemeld op 30 augustus 2019 op die datum nog niet in dienst was bij eiseres, maar bij een andere werkgever. De werknemer trad pas op 23 december 2019 in dienst bij eiseres.
Op grond van vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep is procesbelang vereist om een beroep ontvankelijk te verklaren. Omdat eiseres geen financieel of feitelijk belang kan behalen bij toekenning van de Ziektewet-uitkering op basis van de no-riskpolis, wordt het beroep als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank behandelt het beroep niet inhoudelijk en wijst een vergoeding van proceskosten af.