ECLI:NL:RBMNE:2021:2349
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening AOW-besluit wegens geen nova en geen evident onredelijkheid
Eiser heeft op 1 juni 2016 de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en diende pas op 21 maart 2019 een aanvraag in, waarop verweerder met ingang van 1 maart 2018 AOW toekende. Eiser verzocht om herziening van dit besluit met terugwerkende kracht vanaf 1 juni 2016, stellende dat zijn alcoholverslaving hem verhinderde tijdig een aanvraag in te dienen.
Verweerder wees het herzieningsverzoek af, stellende dat het oorspronkelijke besluit in rechte vaststaat en de aangevoerde omstandigheden geen nova vormen in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. De rechtbank toetste of er sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die het eerdere besluit konden beïnvloeden en of de afwijzing evident onredelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de achteraf vastgestelde alcoholverslaving weliswaar nieuwe informatie is, maar niet afdoet aan het oorspronkelijke besluit. De overgelegde stukken tonen niet aan dat eiser door zijn verslaving niet eerder een aanvraag kon indienen. Ook het beroep op de menselijke maat en verwijzing naar de toeslagaffaire konden niet leiden tot een ander oordeel.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van het herzieningsverzoek niet evident onredelijk is en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot herziening van het AOW-besluit is ongegrond verklaard.