Uitspraak
18 2798 PW
6 april 2018, 17/3331 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, lijdend aan Psoriasis Vulgaris, ontving bijzondere bijstand voor extra bewassing en kledingslijtage via besluiten van 2010, 2012 en 2013. Na een nieuw advies in 2016 verhoogde het college de bijstand vanaf 2014. Appellant verzocht het college om terug te komen op de oorspronkelijke besluiten vanwege het hogere adviesbedrag.
Het college wees dit verzoek af omdat het nieuwe advies niet als een nieuw feit of gewijzigde omstandigheid werd beschouwd volgens artikel 4:6 Awb Pro. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Raad deze beoordeling, stellende dat het SCIO-advies geen nieuwe feiten bevatte, aangezien de situatie sinds 2010 niet was veranderd.
Appellant stelde dat hij mocht vertrouwen op de juiste informatieverstrekking door een gemeentemedewerker en dat hij schulden had moeten maken door de te lage bijstand. De Raad oordeelde echter dat dit geen grond is om het herzieningsverzoek als evident onredelijk te bestempelen, omdat het debat over de juistheid van het oorspronkelijke besluit niet in deze procedure kan worden gevoerd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op de besluiten tot verlening van bijzondere bijstand wordt afgewezen omdat er geen nieuw feit is.