ECLI:NL:RBMNE:2021:2358
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling definitieve vaststelling zorgtoeslag bij hoger inkomen in 2019
Eiser ontving in 2019 voorschotten op de zorgtoeslag gebaseerd op een geschat inkomen dat later bleek te laag te zijn. Na bekendwording van het hogere werkelijke inkomen van eiser en zijn toeslagpartner, stelde verweerder de zorgtoeslag definitief vast op een lager bedrag, waardoor eiser een bedrag moest terugbetalen.
Eiser stelde dat hij tijdig en correct zijn inkomen had doorgegeven, mede ondersteund door telefonisch contact met een medewerker van verweerder, en dat hij mocht vertrouwen op de voorschotbeschikkingen. Verweerder betwistte dit en stelde dat geen gerechtvaardigd vertrouwen kon worden ontleend aan het telefoongesprek.
De rechtbank oordeelde dat geen concrete, ondubbelzinnige toezegging was gedaan die het vertrouwen van eiser rechtvaardigde. Daarnaast is uit de wetgeving en beleidsregels duidelijk dat voorschotten kunnen worden herzien en dat het de verantwoordelijkheid van eiser is om gegevens te controleren en wijzigingen te verifiëren.
Ook een beroep op bijzondere omstandigheden om terugvordering te matigen werd verworpen. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en de terugvordering van € 964,- bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de definitieve vaststelling van de zorgtoeslag 2019 wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van € 964,- blijft in stand.