Uitspraak
1.(zaaknummer UTR 19/2568)
[eiser 1] ,
2.(zaaknummer UTR 19/2807)
3.(zaaknummer UTR 19/2569)
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het oprichten van een hondenkennel als nevenfunctie van een veehouderij. In een eerdere tussenuitspraak werd vastgesteld dat het college het besluit gebrekkig had genomen omdat het geen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad had gevraagd. De rechtbank stelde het college in de gelegenheid dit gebrek te herstellen.
De gemeenteraad verleende vervolgens op 3 november 2020 alsnog een verklaring van geen bedenkingen. Eisers dienden zienswijzen in tegen deze verklaring, waarna een tweede zitting plaatsvond. De rechtbank oordeelde dat, gelet op recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) en het Hof van Justitie, eisers die eerder niet ontvankelijk werden verklaard nu wel ontvankelijk zijn.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat de verklaring van geen bedenkingen op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, ondanks enkele onjuistheden in het raadsvoorstel en de overname van het voorstel door de gemeenteraad. Er was geen sprake van vooringenomenheid of belangenverstrengeling. De gemeenteraad heeft het besluit in het kader van de goede ruimtelijke ordening getoetst en de verklaring in redelijkheid verleend.
Verder stelde de rechtbank vast dat voor het project geen milieueffectrapportage (MER) vereist is. De eerdere gebreken in het besluit zijn daarmee hersteld en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat het gebrek is hersteld door een rechtmatige verklaring van geen bedenkingen.