ECLI:NL:RBMNE:2021:2370
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen opschorting en intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking en ontvangen middelen
Eiser ontving vanaf oktober 2018 bijstand op grond van de Participatiewet, gebaseerd op een huishouden met meerdere kostendelers. Verweerder voerde een hercontrole uit en vroeg diverse financiële gegevens op. Eiser verscheen niet op twee uitnodigingen voor een gesprek, waarvan één met een niet-ondertekende verklaring over zijn geestelijke gezondheid. Verweerder schortte de bijstand op en trok deze later in wegens onvoldoende medewerking en het ontvangen van middelen die de bijstandsnorm overschreden.
Eiser maakte bezwaar tegen beide besluiten, maar het bezwaar tegen de opschorting werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank oordeelde dat het primaire besluit aangetekend was verzonden en dat een afhaalbericht conform PostNL-procedures was achtergelaten. Eiser kon niet aannemelijk maken dat hij dit bericht niet had ontvangen.
Ten aanzien van de intrekking wegens ontvangen middelen stelde eiser dat een ontvangen bedrag van €600,- bedoeld was voor schuldbetaling en dat hij niet over tegoeden op een Marokkaanse bankrekening kon beschikken. De rechtbank volgde deze stellingen niet, omdat eiser geen concrete bewijzen leverde en volgens jurisprudentie gelden bijschrijvingen op een bankrekening als middelen waarover redelijkerwijs kan worden beschikt.
De rechtbank concludeerde dat verweerder zijn besluiten voldoende had gemotiveerd en dat het beroep ongegrond is. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de opschorting en intrekking van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.