ECLI:NL:RBMNE:2021:2372
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen verlaging AOW naar gehuwdennorm wegens gezamenlijke huishouding
Eiseres ontving AOW-pensioen volgens de alleenstaandennorm, maar verweerder stelde vast dat zij sinds mei 2019 een gezamenlijke huishouding voerde met [A], waardoor haar AOW werd verlaagd naar de gehuwdennorm en te veel ontvangen pensioen werd teruggevorderd.
Eiseres betwistte de gezamenlijke huishouding en voerde aan dat er sprake was van een commerciële relatie en een medische noodzaak voor de inwoning van [A]. Tevens stelde zij dat de verlaging inbreuk maakte op haar privéleven conform artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een inbreuk op het privéleven en dat verweerder de gezamenlijke huishouding op basis van objectieve criteria juist had vastgesteld. De medische noodzaak en commerciële relatie werden onvoldoende onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm en de terugvordering wordt ongegrond verklaard.