Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2021 in de zaak tussen
[eiseres] ., te [vestigingsplaats 2] , eiseres
[derde belanghebbende], te [woonplaats]
Rechtbank Midden-Nederland
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of de werkneemster per 9 januari 2020 terecht als volledig maar niet-duurzaam arbeidsongeschikt is aangemerkt door verweerder. Verweerder baseert zijn oordeel op een verwacht revalidatietraject dat verbetering zou brengen, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd.
Eiseres betoogt dat het onderzoek onvolledig is en dat de motivering ontbreekt over de mate van verbetering van de belastbaarheid. De werkneemster zelf wenst behoud van haar huidige WIA-uitkering en heeft geen bezwaar tegen een IVA-uitkering. De rechtbank constateert dat de informatie over het revalidatietraject onvolledig en onvoldoende specifiek is, en dat verweerder geen concrete inschatting heeft gemaakt van de te verwachten verbetering.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd in strijd met de artikelen 3:2, 7:11 en 7:12 van de Awb. Verweerder krijgt de gelegenheid om voor 5 augustus 2021 de gebreken te herstellen met een nadere motivering of een nieuwe beslissing op bezwaar. De verdere procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Verweerder krijgt de gelegenheid om het gebrek in de motivering over de duurzaamheid van arbeidsongeschiktheid te herstellen binnen een gestelde termijn.