Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- een ambtsedig proces-verbaal van bevindingen nr. PL0900-2020253520-2 d.d. 6 augustus 2020, opgemaakt door [B] (blz. 5 t/m 7 van proces-verbaal nr. PL0900-2020253520);
- een ambtsedig proces-verbaal van bevindingen nr. PL0900-2020253520-16 d.d. 6 augustus 2020, opgemaakt door [C] en [D] (blz. 14 van proces-verbaal nr. PL0900-2020253520);
- een ambtsedig proces-verbaal van bevindingen nr. PLO900-2020253520-33 d.d. 7 augustus 2020, opgemaakt door [E] (blz. 19 van proces-verbaal nr. PL0900-2020253520);
- een ambtsedig proces-verbaal van onderzoek naar verdovende middelen nr. PL0900-2020253520-43 d.d. 11 augustus 2020, opgemaakt door [F] en [G] (blz. 128 t/m 132 van proces-verbaal nr. PL0900-2020253520);
- een geschrift, zijnde een NFI-rapport d.d. 11 augustus 2020, opgemaakt door ing. [H] , blz. 133 van proces-verbaal nr. PL0900-2020253520;
- een geschrift, zijnde een NFI-rapport d.d. 11 augustus 2020, opgemaakt door ing. [H] , blz. 134 van proces-verbaal nr. PL0900-2020253520.
- een geschrift, zijnde een NFI-rapport d.d. 11 augustus 2020, opgemaakt door ing. [H] , blz. 135 van proces-verbaal nr. PL0900-2020253520.
?
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.VOORLOPIGE HECHTENIS
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 55, 57 en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht en
- 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet
11.BESLISSING
- verklaart het onder feiten 1, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen als hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van
- stelt daarbij een
- als algemene voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
meldt bij Reclassering Nederlandop het adres [adres 2] in [plaatsnaam 2] en zich zal blijven melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt, waarbij verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering;
meewerkt aan begeleiding door Humanitas, zo lang als de reclassering nodig acht;
- verklaart verbeurdeen geldbedrag van
€ 10.533,85-, zijnde een gedeelte van een tweetal onder verdachte inbeslaggenomen geldbedragen (goednummers: PL0900-2020253520-2 674517 en PL0900-2020253520-2674541); - gelast
- gelast
heft ophet geschorste bevel tot
voorlopige hechtenismet ingang van heden.