Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
thans gedetineerd in [verblijfplaats] .
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Ik weet mij nog te herinneren, dat ik op een gegeven moment op de grond lag en dat ik meerdere harde trappen tegen mijn hoofd kreeg. (…) Ik voelde pijn aan mijn gezicht. [2]
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.VORDERING TENUITVOERLEGGING
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- verklaart het onder feit 1 primair ten laste gelegde bewezen als hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van
- stelt daarbij een
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
( art 287 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )