ECLI:NL:RBMNE:2021:2536
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terechte terugvordering voorschot Ziektewet-uitkering ondanks coronacrisis
Eiseres, een bedrijf, ontving een voorschot op de Ziektewet-uitkering voor een ex-werkneemster over de periode van 2 januari 2019 tot en met 1 september 2019. Verweerder stelde vast dat dit voorschot onverschuldigd was betaald omdat de ex-werkneemster niet arbeidsongeschikt was door zwangerschap of bevalling vanaf 1 januari 2019. Verweerder vorderde daarom het bedrag van € 28.587,60 terug.
Eiseres betwistte de terugvordering en voerde aan dat het besluit niet duidelijk was en dat zij door de coronacrisis in financiële problemen zou komen. De rechtbank overwoog dat de wettelijke grondslag voor terugvordering, artikel 33 Ziektewet Pro, duidelijk is en dat verweerder binnen de wettelijke termijn handelde. De rechtbank vond dat eiseres redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de uitkering vanaf 1 januari 2019 onverschuldigd was betaald.
Verder oordeelde de rechtbank dat de coronacrisis geen dringende reden vormt om van terugvordering af te zien, mede omdat tussen partijen een betalingsregeling is getroffen. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard en de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van het voorschot op de Ziektewet-uitkering.