Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juni 2021 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
Inleiding
Het geschil
Standaard duurbelastbaarheid in arbeidblijkt dat
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser meldde zich ziek wegens lichamelijke en psychische klachten na een auto-ongeluk en ontving een Ziektewet-uitkering. Na de eerstejaarsbeoordeling besloot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) de uitkering te beëindigen, omdat eiser naar oordeel van de verzekeringsarts meer dan 65% van zijn loon kon verdienen met de geduide functies.
Eiser voerde aan dat zijn medische beperkingen, waaronder duizeligheidsklachten door Persistent Postural and Perceptual Dizziness (PPPD), onderschat waren en dat een verdere urenbeperking noodzakelijk was. Hij overhandigde medische rapportages ter onderbouwing. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische informatie zorgvuldig had beoordeeld en dat de klachten als aspecifiek waren geduid, zonder medisch substraat voor verdere beperkingen.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd als juist beoordeeld, waarbij de rechtbank concludeerde dat de belastbaarheid van eiser niet werd overschreden en dat de functies passend waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.