ECLI:NL:RBMNE:2021:2553
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en garageboxen voor belastingjaar 2020
De zaak betreft een beroep van eiser tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarden van een tussenwoning en meerdere garageboxen voor het belastingjaar 2020, met waardepeildatum 1 januari 2019.
Verweerder heeft de waarden vastgesteld op basis van taxatiematrixen die gebruik maken van vergelijkingsobjecten in dezelfde straat of wijk. Eiser betwist deze waarden en stelt onder meer dat de eigen aankoopprijs van de garageboxen leidend zou moeten zijn en dat bepaalde vergelijkingsobjecten niet passend zijn.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarden niet te hoog zijn, mede door de onderbouwing met taxatiematrixen en de toelichting ter zitting. De eigen aankoopprijs van de garageboxen kan niet leidend zijn vanwege de verhuurde staat bij aankoop, wat de prijsvorming beïnvloedt.
De beroepsgronden van eiser slagen niet en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarden van de woning en garageboxen wordt ongegrond verklaard.