ECLI:NL:RBMNE:2021:2600
Rechtbank Midden-Nederland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verschoning van bestuursrechter wegens persoonlijke betrokkenheid bij kinderdagverblijf
De verschoningskamer van de Rechtbank Midden-Nederland ontving op 14 juni 2021 een verzoek tot verschoning van mr. L.A. Banga, bestuursrechter en voorzitter van de meervoudige kamer die de hoofdzaak behandelt. De hoofdzaak betreft een boeteoplegging aan een kinderdagverblijfketen wegens overtredingen bij een vestiging waar de kinderen van verzoekster werden opgevangen.
Verzoekster stelt dat zij zich vanwege deze persoonlijke betrokkenheid en het feit dat een medewerkster van het kinderdagverblijf ook op haar kinderen heeft gepast, niet vrij voelt om de hoofdzaak te behandelen. De verschoningskamer toetst het verzoek aan artikel 8:19 jo Pro. 8:15 Awb en het beginsel van rechterlijke onpartijdigheid.
De kamer oordeelt dat er sprake is van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, mede vanwege de schijn van vooringenomenheid. Daarom wordt het verzoek tot verschoning gegrond verklaard. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2021. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de bestuursrechter wordt gegrond verklaard vanwege de schijn van partijdigheid.