ECLI:NL:RBMNE:2021:2635
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op terugwerkende toekenning persoonsgebonden budget Wet langdurige zorg
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Zilveren Kruis Zorgkantoor om met terugwerkende kracht een persoonsgebonden budget (pgb) toe te kennen aan zijn overleden zoon voor de jaren 2011, 2012 en 2013. Het zorgkantoor stelde het pgb vast op € 57.467,75, gebaseerd op indicaties van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), een zorgbeschrijving en zorgovereenkomsten die achteraf door eiser en de zus van de budgethouder zijn opgesteld.
Eiser betwist de hoogte van het toegekende pgb-bedrag en stelt dat het zorgkantoor onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende inzicht te geven in de berekening van het pgb per subsidiejaar. Tevens meent hij dat de in de zorgovereenkomsten afgesproken maandbedragen volledig vergoed hadden moeten worden, wat zou leiden tot een aanzienlijk hoger bedrag dan toegekend.
De rechtbank oordeelt dat het zorgkantoor in deze bijzondere situatie, waarbij indicaties pas na overlijden van de budgethouder zijn verstrekt, voldoende heeft gemotiveerd hoe het pgb-bedrag tot stand is gekomen. De zorgovereenkomsten en zorgbeschrijving vormen een redelijke grondslag voor de vaststelling. De rechtbank wijst erop dat het zorgkantoor niet verplicht is meer pgb toe te kennen dan het vastgestelde budget en dat afspraken tussen zorgverlener en budgethouder over hogere bedragen voor eigen risico zijn.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het bestreden besluit tot vaststelling van het pgb wordt ongegrond verklaard.