Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) dat de WGA-uitkering van een ex-werknemer per 4 juli 2019 niet meer aan haar als eigenrisicodrager wordt toegerekend, omdat de ex-werknemer onder de no-riskpolis valt. De rechtbank stelt vast dat het oorspronkelijke toerekeningsbesluit niet in het dossier aanwezig is, maar dat dit besluit in rechte vaststaat omdat eiseres daartegen niet eerder bezwaar of beroep heeft ingesteld.
Eiseres voerde aan dat sprake is van nieuwe feiten, omdat zij pas later ontdekte dat de ex-werknemer onder de no-riskpolis valt, en dat daarom een correctie met volledige terugwerkende kracht per 25 februari 2015 moet plaatsvinden. De rechtbank oordeelt dat eiseres dit had kunnen controleren en dat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die een terugwerkende correctie rechtvaardigen. Tevens is het beleid van verweerder, gebaseerd op jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, niet evident onredelijk.
Verder stelde eiseres dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen sprake is van een evident onredelijk besluit en dat er een ongelijk speelveld bestaat tussen publiek en privaat verzekerde werkgevers. De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, vernietigt dit besluit, maar laat de rechtsgevolgen in stand omdat verweerder ter zitting alsnog heeft gemotiveerd. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.