ECLI:NL:RBMNE:2021:2736
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om zijn Ziektewetuitkering te beëindigen per 11 augustus 2020, omdat hij volgens verweerder meer dan 65% van zijn oude loon kan verdienen. Na afwijzing van het bezwaar stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank benadrukt dat een besluit over arbeidsongeschiktheid gebaseerd moet zijn op een zorgvuldig en begrijpelijk medisch rapport van een verzekeringsarts. Eiser moet met een medisch document aannemelijk maken dat het oordeel onjuist is; zijn eigen verhaal is onvoldoende.
Eiser stelde dat zijn psychische klachten onvoldoende zijn meegewogen, maar de rechtbank oordeelt dat de verzekeringsarts alle argumenten heeft besproken en het onderzoek zorgvuldig en zonder tegenstrijdigheden is uitgevoerd. De Functionele Mogelijkhedenlijst is aangepast met een beperking voor nachtdiensten.
De rechtbank volgt de conclusies van de verzekeringsarts en ziet geen aanleiding om de medische beoordeling te verwerpen. Ook de arbeidskundige beoordeling is niet betwist. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.