Eiser ontving een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) waarmee hij zorg inkopen deed bij onder andere zijn zoon en Stichting Kwaliteit in Zorg (KIZ). Verweerder heeft het pgb beëindigd per 1 juli 2018 en de subsidieverlening over eerdere jaren ingetrokken vanwege het niet aanleveren van gevraagde stukken en het afwijzen van een hoorzitting door eiser.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht, waardoor verweerder bevoegd was het pgb te beëindigen en lager vast te stellen. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de gedeclareerde zorg daadwerkelijk is verleend en betaald, waardoor de belangenafweging uitvalt in het voordeel van verweerder.
Eiser heeft ook geen onderbouwing gegeven voor zijn stelling dat verweerder stukken heeft achtergehouden of dat de schatting van de verleende zorg onjuist is. De rechtbank wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af en laat de terugvordering van onverschuldigde betalingen buiten beschouwing.