ECLI:NL:RBMNE:2021:2765
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening zorgtoeslag en kindgebonden budget 2018 wegens nieuw inkomensgegeven
Eiser ontving in 2018 voorschotten zorgtoeslag en kindgebonden budget. De Belastingdienst stelde deze toeslagen definitief vast en herzag deze later meerdere malen. In het primaire besluit van 31 december 2020 werd het bedrag definitief vastgesteld en een terugvordering opgelegd. Eiser betoogde dat de herziening onterecht was omdat er geen nieuwe feiten waren en verweerder onzorgvuldig had gehandeld door niet uit te gaan van de ingediende aangifte inkomstenbelasting.
Verweerder stelde dat hij pas op 4 november 2020 bekend werd met het Niet in Nederland belastbaar inkomen (NiNbi) en wereldvermogen van de toeslagpartner, wat nog niet was meegenomen in eerdere berekeningen. De rechtbank oordeelde dat de herziening terecht was omdat de Awir bepaalt dat bij nieuwe inkomensgegevens de toeslagen kunnen worden herzien.
De rechtbank volgde de vaste rechtspraak dat de Belastingdienst het door de inspecteur vastgestelde verzamelinkomen moet volgen. De inkomensgegevens werden op 7 oktober 2020 en 4 november 2020 aangepast, wat leidde tot herzieningen van de toeslagen. De rechtbank vond geen aanwijzingen voor onzorgvuldig handelen of onbehoorlijk bestuur door verweerder en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herziening van de zorgtoeslag en het kindgebonden budget over 2018.