Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juni 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft een gezondheidsverklaring ingediend voor verlenging van zijn groot rijbewijs. Verweerder stelde op basis van medische rapporten vast dat eiser diabetes mellitus heeft en een progressieve oogaandoening met een binoculair gezichtsvelddefect. Hoewel een gezichtsvelddefect binnen 30 graden werd losgelaten, voldeed eiser niet aan de minimale eis van 160 graden horizontaal gezichtsveld, waardoor hij ongeschikt werd verklaard voor rijbewijs C/CE.
Eiser voerde aan dat hij in 2014 ook een beperkt gezichtsveld had maar toen wel rijgeschikt werd verklaard, dat er geen verandering in zijn gezondheid was en dat hij bereid was een rijvaardigheidstest af te leggen. Verweerder stelde dat eiser destijds wel voldeed aan de eisen, dat de progressieve aandoening en diabetes de geschiktheidstermijn bepalen en dat het algemene verkeersveiligheidsbelang zwaarder weegt dan persoonlijke belangen.
De rechtbank oordeelde dat de norm van 160 graden horizontaal gezichtsveld een minimumnorm is op basis van Europese regelgeving, waar geen uitzonderingen op mogelijk zijn. Verweerder hoefde een eerder onjuist besluit niet te herhalen. Persoonlijke omstandigheden konden niet worden betrokken bij het besluit omdat het ging om het gezichtsveldcriterium. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Eiser is terecht ongeschikt verklaard voor rijbewijs C/CE vanwege een binoculair horizontaal gezichtsveld onder de vereiste 160 graden.