ECLI:NL:RVS:2019:600
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geschiktheid vrachtwagenrijbewijs wegens beperkt gezichtsveld
Appellant, een ervaren vrachtwagenchauffeur met een beperkt gezichtsveld door een schedelbasisfractuur, vroeg om verlenging van zijn rijbewijs voor categorieën C en CE. Het CBR weigerde de verklaring van geschiktheid vanwege het niet voldoen aan de minimale eis van een binoculair horizontaal gezichtsveld van 160 graden, zoals voorgeschreven in paragraaf 3.3 van de Regeling eisen geschiktheid 2000, gebaseerd op de Europese derde rijbewijsrichtlijn.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze norm geen ruimte laat voor uitzonderingen en dat het CBR terecht het positieve advies van de oogarts niet heeft gevolgd. Appellant stelde in hoger beroep dat de norm niet strikt is en dat het CBR de belangen van appellant onvoldoende heeft meegewogen, onder verwijzing naar eerdere jurisprudentie.
De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze argumenten, bevestigde de geldigheid en toepassing van de 160 graden norm en benadrukte dat het CBR geen discretionaire bevoegdheid heeft om hiervan af te wijken. De verkeersveiligheid en medische wetenschap rechtvaardigen de strikte norm. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het CBR bevestigd.