ECLI:NL:RBMNE:2021:2813
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter in bestuursrechtelijke WOB-procedure ongegrond verklaard
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een bestuursrechtelijke procedure over een WOB-verzoek bij het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was vanwege vermeende vertragingen en onjuiste informatie over het ontvangen van brieven en het geheim houden van een asbestinventarisatierapport.
De wrakingskamer onderzocht of er sprake was van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter konden schaden. De kamer concludeerde dat de vertragingen verklaarbaar waren door de coronapandemie en dat het verzoek tot het indienen van een verweerschrift een normale procesbeslissing was. Er was geen bewijs voor doelbewuste bevoordeling van verweerder of vooringenomenheid van de rechter.
Ook het late informeren over het asbestrapport en het beroep op geheimhouding leidde niet tot een vermoeden van vooringenomenheid. De wrakingskamer oordeelde dat de vermeende misleiding door verweerder niet aan de rechter kon worden toegerekend.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en werd de procedure voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij schorsing. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2021 door de wrakingskamer van Rechtbank Midden-Nederland.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.