Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2021 in de zaak tussen
[eiser] te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van €797.000 voor zijn in 2019 gebouwde vrijstaande woning en stelde dat de waarde gebaseerd moest worden op de stichtingskosten van €670.000. Verweerder handhaafde de waarde op basis van de vergelijkingsmethode met referentiewoningen.
De rechtbank oordeelde dat de koop-aannemingsovereenkomst kort voor de waardepeildatum op zakelijke gronden tot stand was gekomen en dat het niet aannemelijk was dat eiser de grond of bouwkosten onder marktwaarde had verkregen. Daarom was het toepassen van de stichtingskosten als waarderingsgrondslag passend en was de vergelijkingsmethode onjuist.
Aangezien eiser de stichtingskosten niet met documentatie had onderbouwd en verweerder de waarde ook niet aannemelijk had gemaakt, stelde de rechtbank de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €700.000. De aanslag onroerendezaakbelasting werd dienovereenkomstig verminderd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €700.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.