ECLI:NL:RBMNE:2021:2932
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen WOZ-waarde vaststelling woning
De zaak betreft een beroep van eiser tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen te een woonplaats, vastgesteld op €464.000,- per 1 januari 2019. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €400.000,- voor.
Verweerder heeft de vastgestelde waarde onderbouwd met een taxatiematrix waarin vergelijkbare woningen zijn opgenomen, gecorrigeerd naar de waardepeildatum met behulp van indexeringspercentages. Tijdens de zitting heeft de rechtbank vastgesteld dat deze methode passend is binnen de systematiek van de Wet WOZ.
Eiser voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder inconsistenties in de toepassing van stijgingspercentages en onjuiste vergelijkingen met bepaalde woningen. De rechtbank verwierp deze gronden, onder meer omdat de vergelijkingen niet binnen de taxatiematrix vielen of omdat de verkoopdata te ver van de waardepeildatum lagen.
De rechtbank concludeert dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €464.000,- wordt ongegrond verklaard.