ECLI:NL:RBMNE:2021:2953
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en toekenning proceskosten
Eiser, voormalig klinisch laborant neurofysiologie, werd op 12 juni 2017 ziek met psychische en lichamelijke klachten en vroeg per 10 juni 2019 een WIA-uitkering aan. Verweerder stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 21,79%, later bij bezwaar 34,1%, beide onder de vereiste 35%, en wees de uitkering af. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en zijn beperkingen werden onderschat. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen zorgvuldig en begrijpelijk hadden gerapporteerd en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing leverde om de beoordeling te weerleggen.
Het verzoek van eiser om schadevergoeding wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever werd ingetrokken, maar verweerder erkende de fout en stemde in met vergoeding van proceskosten. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van € 1068,- proceskosten en het griffierecht van € 48,-. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de arbeidsongeschiktheid terecht onder de 35% werd vastgesteld.
De rechtbank benadrukte dat medische beoordelingen gebaseerd moeten zijn op objectieve gegevens en dat persoonlijke klachtenbeleving onvoldoende is zonder medische rapporten. De arbeidsdeskundige beoordeling werd eveneens gevolgd, waarbij de functies passend werden geacht. Het beroep werd afgewezen, maar eiser kreeg proceskosten toegewezen vanwege de erkenning van een procedurele fout door verweerder.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.