ECLI:NL:RBMNE:2021:3054
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen besluit rijgeschiktheid na ontbreken nieuwe feiten
Eiser verzocht het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) om terug te komen op eerdere besluiten waarin een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid werd opgelegd en zijn rijbewijs ongeldig werd verklaard. Het CBR wees dit verzoek af omdat eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden (nova) had aangevoerd die een herziening rechtvaardigen.
Eiser stelde dat een proces-verbaal van een verbalisant over een bezoek aan een tankstation op 9 december 2018 niet eerder was overgelegd en dat dit zijn verklaring ondersteunde dat hij destijds niet de bestuurder was. Het CBR stelde dat dit proces-verbaal al bij het bezwaarschrift was ingediend, wat eiser erkende, maar hij vond dat het proces-verbaal nog niet inhoudelijk was beoordeeld omdat het bezwaar niet-ontvankelijk was verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het aan eiser was om in de eerdere procedure tijdig bezwaar te maken en het griffierecht te betalen om inhoudelijke behandeling te verkrijgen. Daarnaast wees de rechtbank het beroep af dat de verklaring van een derde als nieuw feit moest worden gezien, omdat deze verklaring al in de eerdere procedure ingebracht had kunnen worden. De rechtbank concludeerde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van het CBR wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.