ECLI:NL:RVS:2022:697
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing heroverweging rijgeschiktheidsbesluit na drugsgebruik
Op 9 december 2018 werd appellant door de politie aangetroffen in een stilstaande auto met draaiende motor en verlichting, waarbij een speekseltest positief was op cannabis. Bloedonderzoek bevestigde aanwezigheid van THC. Appellant ontkende bestuurder te zijn geweest en stelde dat een ander reed en de auto vanwege een lege tank in de berm stond.
Het CBR legde op basis van de politiegegevens een onderzoek naar rijgeschiktheid op en verklaarde het rijbewijs ongeldig na niet-betaling van de kosten. Appellant verzocht om heroverweging met nieuwe bewijsstukken, waaronder een proces-verbaal en een verklaring van een derde die volgens hem de bestuurder was.
De rechtbank oordeelde dat deze stukken geen nieuwe feiten waren omdat appellant deze eerder had kunnen aanvoeren maar dit naliet. De Raad van State onderschrijft dit oordeel en bevestigt dat het CBR terecht het verzoek tot heroverweging afwees. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot heroverweging van het CBR-besluit bevestigd.