ECLI:NL:RBMNE:2021:3093
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling correctheid berekening WIA-dagloon en toeslag
Eiser werkte kortdurend via een werkgever en meldde zich daarna ziek. Hij ontving een Ziektewet-uitkering en vroeg later een WIA-uitkering aan. Verweerder stelde het dagloon vast en kende een toeslag toe naast de WIA-uitkering. Eiser betwistte de hoogte van het dagloon en verzocht om herziening.
De rechtbank behandelde twee zaken samen, waarin eiser onder meer stelde dat de referteperiode verkeerd was gehanteerd, het aantal dagloondagen onjuist was vastgesteld en dat loon buiten de referteperiode ten onrechte niet was meegeteld. Verweerder verdedigde de berekening op basis van het Dagloonbesluit en de geldende jurisprudentie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht verschillende einddata voor referteperioden hanteerde en dat het aantal dagloondagen correct op 20 was vastgesteld, omdat onregelmatige diensten niet meetellen. Ook werd geoordeeld dat loon dat buiten de referteperiode werd uitbetaald niet mee mag worden genomen. De indexering van het dagloon per 1 januari 2020 werd als juist bevestigd.
Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat het dagloon correct was berekend en dat de toeslag passend was vastgesteld. De beroepen van eiser werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het dagloon en de toeslag correct zijn berekend en verklaart de beroepen ongegrond.